Stil in mij

‘Wel goed behandelbaar’. Opeens draaide ik mee in een medische mallemolen. Puncties, biopten en vooral veel apparaten die naar binnen keken. Niet naar mijn ziel, maar naar weefsel, naar cellen die zich eigenzinnig gedroegen.

Stond de wereld stil na de diagnose? Nee, ik stond stil. Opeens was ik op de plek in mij die ik kende, maar niet eerder was ik er zo plotsklaps: het stille gewaar zijn achter mijn gedachten en gevoelens. Als het leven je verrast heb je tijd en aandacht nodig om te bepalen hoe je je ertoe wilt verhouden. Stilte dus.

Ik was sterker dan ik dacht. Mijn strategie was snel helder: acceptatie van wat is, in beperkte kring vertellen, geen ruimte bieden voor verhalen van en over anderen. Zo kon ik me verre houden van de collectieve angstvelden en me op elke stap voorbereiden.

Mijn visie op het leven veranderde niet. Mijn weg zwenkte wel af, werd opeens een route door een ziekenhuis. ‘Volg de blauwe lijnen’. Op een bepaalde manier fascineerde het me. Zo gaat dat dus in een systeem waarbij je geboortedatum je barcode is. Protocollen. Behandelscenario’s. Maar ook simultaan mijn innerlijke proces: het besef dat mijn ziel geen andere uitweg zag om mij duidelijk te maken dat ik iets over het hoofd zag in mijn leven. De kleine tumor in mijn borst was niet mijn vijand.

Ik was kwetsbaarder dan ik dacht. Golven van emoties, diep vanuit mijn buik. Mijn lijf huilde om dat wat het allemaal moest ondergaan. Verdriet van ver. Een diepe moeheid. Blauwe inktlijnen in mijn oksel. Blij met een kundig specialist en een betrokken ‘casemanager’ die beiden echt luisterden. Geroerd door zorgzame verpleegkundigen. Door de anesthesist die even over je arm streelt. Dankbaar voor de sterke basis thuis en voor de dochter die zo ongelooflijk sterk bleek. Vriendinnen sprongen op voorhand in auto’s om mijn hand vast te houden, troffen de juiste toon, en lieten vooral merken hoe veel ze van me hielden.

Alleen zijn is fijn als je het niet bent. Ik hou van de stilte, voor en na een storm. Aanwezig zijn in het hier en nu en zo een rustige ruimte in jezelf ervaren. Op die innerlijke plek is geen angst. Daar is wat is. Alle dualiteit is er opgeheven. Je bent bewustzijn. Verbonden met een groter bewustzijn dat je overstijgt. Denken en voelen vallen stil. Het is goed zoals het is. Een sereen gevoel zelfs in een ziekenhuiskamer. Uit mijn iPhone klinkt die eeuwigheid met Bach en ‘Spiegel im Spiegel’ van Arvo Pärt.



Eeuwigheid is in het radiologisch instituut waar ik me een maand later volgens de protocollen moet melden van een meer statistische orde. Een bastion van kennis en technologie. To die or not to die. That’s the question. State-of-the-art apparatuur om verkeerd functionerende cellen vakkundig om zeep te helpen. Werkelijk een zegen als die destructie je leven redt. Maar als je bewust besluit niet in te tekenen op de vernietiging van wat nog niet waarneembaar is, dan blijkt de procedure: je kop er afhakken. Met mijn hoofd onder mijn arm verliet ik de bunker. In de stilte thuis hervind ik mezelf.

Kiezen wat goed voor je is, kun je in overleg doen. Weten wat goed voor je is, doe je alleen. Als je leven een onverwachte wending neemt, of als je opeens onder ogen ziet dat de situatie waarin je verkeert, niet goed voor je is, rijst meteen de vraag: wat nu? Het antwoord op die vraag ligt in jezelf. Wel of geen behandeling, wel of niet het contact met je familie herstellen, wel of niet weggaan bij je baas of partner. Keer naar binnen, naar de stilte in je. Onderweg versperren zich herhalende gedachten je de weg. Werpen gevoelens van twijfel en angst barrières op. Accepteer dat en ga dan net even een stapje naar achteren en word waarnemer. Je bent die gedachten en gevoelens niet. Je hebt ze. Jij. Degene die gewaar is. En vanuit dat gewaar zijn kun je ze met enige distantie observeren en maak je de weg vrij naar de antwoorden die in je liggen. Ontdek je wat wijs voor jou is hier en nu. Je hoeft alleen maar stil ‘te zijn.’ Als vanzelfsprekendheden wegvallen, vind je daar – buiten tijd en ruimte – je zekerheid van dit moment.