Jammer hè

Ze zat aan de grote eettafel. Voor haar haar iPad. Het kleine schemerlampje op tafel aan. Een heel normaal dagelijks tafereel. Mijn 88-jarige moeder bekeek nu niet de foto’s die kinderen en kleinkinderen haar geappt hadden. Deed niet een spelletje. Ze keek naar het voorlichtingsfilmpje van het hospice waar we haar de volgende dag naar toe zouden verhuizen. Het is op mijn netvlies gebrand. Mijn zusje en ik konden haar niet langer de zorg bieden die ze nodig had. ‘Zet dat hospice eens bij mijn favorieten zei ze, dan kan ik het makkelijk vinden’. We schoten allebei in de lach: een hospice onder je favorieten. Wel apart.

Mijn moeder stapte rustig die nacht voor het laatst in haar eigen bed. Ik huilde ingehouden op mijn logeerbed in de serre. Ik wilde het haar niet moeilijker maken.
Want dat was in de lijn van mijn moeder: ‘We maken het niet groter dan het is’.

Eind juni na de echo die pijnlijk duidelijk maakte dat er iets heel erg mis was, zei ze alleen maar: ‘Jammer hè’. Dat herhaalde ze de laatste weken voor haar overgang vaker. Als ze zich beroerd voelde, allerlei fysieke ongemakken kreeg waar een ander superlatieven voor zou gebruiken. Geen grote woorden voor haar. ‘Jammer hè’. Mijn zusje en ik leerden van onze ouders niet te klagen ook niet als er iets ernstigs aan de hand is. Erkennen wat er is, maar niet onnodig dramatiseren. Het is zoals het is. Je staat voor wat er zich aandient in je leven.

En soms is dat erg veel. Zomer 2018: het sterven van mijn moeder, mijn man op hartbewaking, mijn dochter met zwangerschapsvergiftiging op verloskunde. Ik rij –ook met een verhoogde hartslag – van het ene ziekenhuis naar het andere, van het ene monitorscherm naar het andere. Als ik de tv aanzet, verwacht ik een hartfilmpje. Als ik een piep hoor bij de kassa, verwacht ik dat er in de AH een verpleegkundige aan komt snellen.

Mijn leven loopt anders dan gepland deze zomer. Een oefening in practice what you preach. Al mijn cliënten afzeggen, ze teleur moeten stellen, een groeiende wachtlijst en een lege agenda. Want dat moet nu. Kiezen wat het belangrijkste is. Pas op de plaats maken om alles te verwerken wat zich aandient.

Allemaal beleven we wel eens van die periodes. Dat je teleurstellingen moet verwerken, verdriet, verlies. Dat je net herstelt van de storm die je leven heeft ontwricht, als de volgende al weer jouw richting aan komt razen. Het leven gaat soms sneller dan jij. Dat betekent dus stormschade opnemen en een plan voor herstel bedenken.

Ik weet tijdens de nachten in het hospice al dat de beelden van mijn stervende moeder er later weer zullen zijn in mijn hoofd, dat de indrukken van eerste harthulp met veel bange mensen nog een keer de revue moeten passeren om ze kwijt te raken. Je kunt onmogelijk intense gebeurtenissen op hetzelfde moment verwerken. Achteraf realiseer je je en voel je pas echt de impact.

Bij het verwerken van die momenten is het goed als je onder ogen ziet welke emoties je had, welke je niet ten volle de ruimte hebt gegeven omdat je door moest en flink wilde zijn voor de ander. Uitgestelde bibbers, de niet gehuilde tranen.

Maar het helpt dus ook om dan wat er gebeurd is, niet groter te maken dan het is. En misschien is het beroepsdeformatie, misschien een DNA-dingetje, maar altijd – ja altijd – vraag ik me af wat de situatie me in positieve zin ook brengt.

Midden in de nacht moe onder het plaid uit de ‘waakmand’ van het hospice, kijk ik naar mijn stervende moeder. Verdriet. Maar drie weken erna overheerst de dankbaarheid voor dit humane einde. Angst als mijn man na een operatie intensievere zorg nodig heeft dan verwacht, als de waardes van controles van mijn zwangere dochter vragen oproepen. Blijdschap als alles zich ten goede keert. Blij met toegankelijke en een kwalitatief goede gezondheidszorg. We leven aan de goede kant van de wereld.

Het gaat zoals het gaat. En als dat op momenten soms zwaarder is dan ik had gedacht of gehoopt, dan denk ik even aan mijn moeder: Jammer hè… maar pak dan – net als zij – op wat het leven me aanreikt.
Dag mam…